donderdag 28 maart 2013

De jeugd van later

Dit artikel is ook gepubliceerd in het Nederlands Dagblad van 27 maart 2013

Eerst kwam ik een stampvoetende peuter tegen die tegen mij, een voor haar volslagen onbekende, schreeuwde: “Ik. Wil. Dat. Jij. NU!!! Met. MIJ!! Een. Spelletje. Doet!!” Hoewel ik als moeder van twee dochters wel wat gedrein gewend ben, kon ik bij het zien van deze boze peuter alleen maar denken: waar gaat dat heen? Wordt dit de jeugd van later?

Vervolgens las ik een verontrustend interview met de voormalig voorzitter van de Eurogroep Jean-Claude Juncker in het Duitse tijdschrift Der Spiegel. Juncker zei daarin dat de huidige situatie in Europa erg vergelijkbaar is met de periode na de Eerste Wereldoorlog. Allerlei anti-sentimenten steken de kop op. Duitsers hebben een afkeer van Grieken en omgekeerd. Turkse jongeren spreken zich openlijk uit tegen Joden, het diskwalificeren van hele bevolkingsgroepen (immigranten, ouderen) begint gemeengoed te worden.

Dat is niet zo vreemd. In risicovolle, spannende tijden gaan mensen op zoek naar houvast. Dat vinden we in het uitvergroten van verschillen tussen onze eigen groep en de anderen, wij en zij. Juncker verbond daar een aantal gewaagde consequenties aan: die houding holt volgens hem de democratie uit, en leidt uiteindelijk tot oorlog. Oftewel: hoe harder we stampvoetend ikke, ikke, ikke roepen, hoe onveiliger Europa wordt en hoe dichter we een oorlog naderen. 

Ik moest weer even terugdenken aan deze twee situaties terwijl ik afgelopen week het boek opensloeg van de Amerikaanse psychiater Rudolf Dreikurs. Hij publiceerde in 1964 zijn principes voor de opvoeding, die een alternatief moesten vormen voor lijfstraffen: 'met een zweepje achter uw kind aanlopen heeft geen zin, moeder!' Ik vind vooral het opvoeddoel van Dreikurs interessant. Hij streeft niet naar succesvolle of beleefde kinderen, of naar mensen zelfverzekerd zijn en hun talenten kennen. Het doel van Dreikurs' opvoedmethode is 'het jonge mensje op te voeden tot deelnemer aan een democratische maatschappij, waarin mensen elkaar achten, met elkaar samenwerken, verantwoordelijkheid voor het grotere geheel willen dragen en meer in 'wij' dan in 'ik' begrippen denken, op basis van een gezond gevoel van eigenwaarde.'

Dit uitgangspunt maakt Dreikurs' opvoedprincipes bijna tot een politiek manifest. Onze democratie staat of valt met het resultaat van de opvoeding van onze kinderen. Juncker zou misschien zelfs zeggen: een goede opvoeding voorkomt een oorlog. Dat stelt de ouders van nu voor een forse taak, waar ze alle (pedagogische) ondersteuning bij nodig zullen hebben van grootouders, leerkrachten en buren. Laten we daarom ophouden met bakkeleien over de CITO-toets, en ons richten op de kinderen zelf, de jeugd van later. Dat is – zeker binnen kerkelijke gemeenten – een taak van alle generaties. Er staat een oorlog op het spel.



donderdag 28 februari 2013

Niet strafbaar

Wat zijn de overeenkomsten tussen succesbedrijf Apple, failliete scholenkoepel Amarantis en staatsbank SNS? Overeenkomst één: ze zorgden afgelopen weken alle drie voor nieuws. Apple bespaarde miljoenen euro's door een slimme belastingroute langs Nederlandse brievenbusfirma's te gebruiken. Dat is voor Apple natuurlijk prachtig, maar met veel anderen vroeg ik me af: is dat wel legaal? Overeenkomst twee: diezelfde vraag was het refrein van de discussies over Amarantis en SNS. De onzorgvuldige overnames, het misbruik van personeelsregelingen en de exorbitante salarissen van bestuurders geven een wat ongemakkelijk gevoel. Mag dat allemaal zomaar?

In het klein vinden we dergelijke constructies veel minder problematisch. Niemand ziet er kwaad in om naar een andere supermarkt te fietsen, waar het brood goedkoper is. Overstappen naar een andere werkgever die betere arbeidsvoorwaarden biedt is helemaal niet vreemd, en gelukkig is het doen van verkeerde aankopen niet strafbaar. Zo staat het ook bedrijven vrij om, binnen de grenzen van de wet,  zo min mogelijk belasting te betalen. Vorige week zei de onderzoekscommissie van Femke Halsema dan ook het volgende over Amarantis: “er zijn geen strafbare feiten gepleegd, maar er is onbehoorlijk profijtelijk voor het eigen gewin gezorgd.” De derde overeenkomst is daarom: het gedrag van Apple, Amarantis en SNS is wel te veroordelen, maar niet strafbaar. De wet blijkt soms ruimer dan de moraal verlangt.

Wat is daar tegen te doen? Femke Halsema schrijft dat “ongewenst gedrag alleen is terug te dringen door het gedeelde moreel bewustzijn te versterken.” Het is dus tijd onze normen en waarden weer eens op te poetsen. Dat klinkt mooi, maar het is denk ik niet genoeg. De praktijken bij SNS, Apple en Amarantis zijn juist ontstaan in de jaren dat Balkenende ijverde voor de terugkeer van ons geweten. Maar als wetten en moraalridders dergelijke situaties niet kunnen voorkomen, wat dan? 

Een oplossing schuilt hierin: de wet kan ook strakker zijn dan dat moreel acceptabel is. Wat zal er bijvoorbeeld gebeuren wanneer al personeel in Nederland zich exact aan de werkuren gaat houden? Niemand doet meer een stap harder, niemand werkt een half uurtje langer om een belangrijke klus nog even te klaren. Het gevolg is denk ik snel te merken: als we ons massaal precies aan wet en regels houden ligt het (trein)verkeer, bedrijfsleven en de overheid binnen 24 uur plat.

Daarom hier een gulden tip voor iedereen die klant of werknemer is van een organisatie die – hoewel legaal – volstrekt amoreel bezig is. Keer het om, dwing morele verandering af. Niet door te staken of te demonstreren, maar door naar de letter van wetten en regels te gaan handelen. Houd je exact aan alle voorschriften en regels. Geef bijvoorbeeld alle nodige én onnodige wijzigingen door aan de administratie. Of doe geen tittel of jota meer dan dat in je functieomschrijving staat. Dat is niet strafbaar, maar wel ontregelend. En ongetwijfeld is het in no time uiterst effectief.


dinsdag 29 januari 2013

Had ik dat maar...

Ik moet het toegeven: een van mijn minst fijne eigenschappen is de 'had ik dat maar'-gedachte. Zo kan ik na een bezoek aan vrienden met een pas verbouwd huis verzuchten: 'sjonge, had ik maar zo'n ruimte.' Geheel onterecht, want mijn gezin beschikt over voldoende vierkante meters, waarmee we bovendien heel tevreden zijn. Toch laat de 'had ik dat maar'-gedachte zich vaak niet onderdrukken.

'Had ik dat maar' is een moderne mix van de oeroude zonden Hebzucht, Afgunst en Onmatigheid. Het begint slinks, met een beetje ontevredenheid, maar voor je het weet laat de gedachte je niet meer los. De laatste weken kom ik veel extreme uitwassen van het 'had ik dat maar'-virus in de kranten tegen. Managers met miljoeneninkomens, veelverdieners in de publieke sector, veertigers die jaloers de bedragen natellen die de huidige zeventigers als pensioen uitgekeerd krijgen – we leiden allemaal aan dezelfde kwaal.

Vorige week werd in de RAI een prijs voor familiebedrijven uitgereikt door John Fentener van Vlissingen. In het nieuws werd daarna met veel tam tam het speciale karakter van familiebedrijven geprezen. Het meest bijzondere: ze kennen geen graaicultuur, want ze houden altijd rekening met de volgende generatie. Dat gold ooit misschien voor alle ondernemers, maar 'gewone' bedrijven zijn zich inmiddels vooral gaan richten op maximale winsten op de korte termijn.

De Nederlandse organisatiepsycholoog Hofstede gebruikt oriëntatie op de lange of juist korte termijn om verschillen tussen culturen inzichtelijk te maken. Een maatschappij die gericht is op de lange termijn vindt dingen als sparen, doorzettingsvermogen en familie belangrijk. Zo leren kinderen in Aziatische dat resultaten het gevolg zijn van volharding en zelfdiscipline. Westerse landen worden juist steeds meer gericht op de korte termijn. Er is een sterke focus op resultaat, innovatie en individualisme. Investeringen moeten snel rendement opleveren en persoonlijke vrijheid wordt heel belangrijk gevonden. Zo bezien lijkt de kloof tussen het Oosten en het Westen precies op het verschil tussen familiebedrijven en 'gewone' bedrijven. Misschien zelfs dat familiebedrijven nog laten zien wat het ouderwetse Nederlandse arbeidsethos was, in een cultuur die zich inmiddels vooral op de korte termijn richt.

John Fentener van Vlissingen reikte zijn prijs uit tijdens de Big Improvement Day. Deze dag staat jaarlijks in het teken van innovatie, vernieuwing en verandering – begrippen die volgens Hofstede horen bij de korte termijn-cultuur. Maar tijdens deze dag werden vooral ideeën gepresenteerd voor een duurzame toekomst voor de volgende generaties. Daardoor raakte de cultuur van de korte termijn even aan de cultuur van de lange termijn. En dat bleek een vruchtbare samenwerking: er kwamen heel wat ideeën voorbij waarvan ik dacht: “sjonge zeg, had ik die maar....”



Jheronimus Bosch bracht in de 15e eeuw de zonden Hebzucht, Onmatigheid en Afgunst treffend in beeld.
 

vrijdag 28 december 2012

Let it snow

Je zou het haast niet geloven, met deze warme dagen rond kerst en Oud en Nieuw, maar een paar weken terug stond er bij ons echt een sneeuwpop in de tuin. Tijdens die twee dagen sneeuw reisde ik met de trein naar Amsterdam. Dat had ik beter niet kunnen doen, want de Klagende Nederlander had ook massaal besloten de trein te nemen. Het meisje dat naast me stond op het perron spande de kroon. “Belachelijk toch,” zei ze. “Twee centimeter sneeuw en het hele land ligt plat. Moet je nagaan. In Rusland ligt wel een meter sneeuw en je zal zien, de enige trein hier die nog op tijd rijdt is de ICE naar Moskou.” Ze stond er een beetje bij te rillen. Dat was voor de vorm, want ze had een dure parka aan met een dikke bontkraag. In plaats van te klagen had ze beter gratis krantje kunnen lezen dat op het bankje op het perron lag, dan had ze wat kunnen leren over sneeuw in Moskou.

Begin deze maand werd Rusland overvallen door een hevige sneeuwbui. In het eerste weekend van december ontstond er daardoor een file van 200 kilometer tussen Moskou en Sint Petersburg. Die file duurde vier dagen. Een van de automobilisten die 48 uur vast had gestaan in een koud, donker bosgebied zei daarover: 'het was verschrikkelijk. Na zo veel uur begint je water en voedsel op te raken, en ik had ook bijna geen brandstof meer'.

Dat geeft te denken. Wie in Rusland gaat reizen, neemt dus zijn maatregelen. Een uurtje autorijden is daar geen kwestie van even de tomtom instellen, maar zorgvuldig proviand inslaan. Groot pak ontbijtkoek, een fles water (en wodka) en voldoende cash. Dan kun je er even tegen als je vast staat. Een groter contrast met de Nederlandse reiziger is haast niet denkbaar. Als er slecht weer op komst is stuurt de Nederlandse Spoorwegen alle reizigers met een abonnement vast een mailtje, om de gewijzigde dienstregeling aan te kondigen. Daarbij benadrukt de NS dat 'de regeling rond teruggave van reiskosten na vertraging bijzonder ruimhartig is'. Als je als reiziger door alle winterse taferelen erg lang moet wachten, zoals vorig jaar, worden er veldbedden en blikken erwtensoep aangerukt. Voor alles wordt gezorgd, en het is bovendien gratis. De Nederlandse reiziger kan juist bij sneeuw en ijzel gerust zonder portemonnee van huis vertrekken.

De Russische automobilisten kregen nauwelijks noodhulp. Wie geen eten bij zich had, moest te voet naar een dorpje gaan, waar voor woekerprijzen voedsel te koop was. Volgens de Russische overheid kwam de hulp juist snel en adequaat op gang en werd iedereen snel en vriendelijk geholpen. 'Zeker,' reageerde een automobilist. 'Iedereen was reuze vriendelijk, behalve die keren dat mensen mijn voedsel wilden stelen en ik met een mes werd bedreigd.'  

In Nederland werden de voorbereidingen van de NS op het sneeuwweekend met argusogen bekeken. Zouden de spoorwegen hun beloftes wel waarmaken? Worden we wel goed genoeg bediend en geholpen? Volgens mij verliep het allemaal best goed. Misschien is het dan tijd om te zeggen: goed gedaan. Fijn dat we in Nederland, ook bij sneeuw, kunnen vertrouwen op ons vervoer. En als het weer gaat sneeuwen? Dan trekken we allemaal een dikke parka aan en nemen een plakje ontbijtkoek mee. Als het moet kunnen we dan best een half uurtje op de trein wachten.


donderdag 29 november 2012

Vol verwachting

Verschenen in het Nederlands Dagblad op 28 november 2012

Deze tijd voor Sinterklaas is de spannendste tijd van het jaar voor mijn dochter. Ze is al weken bezig met haar verlanglijstje. Die bevat naast ontstellend dure cadeaus gelukkig ook wat simpele verlangens. Zoals een pen, en een roze gymtas van Esprit.

Dat een gymtas nog niet zo'n simpel cadeau is, ontdekte ik toen ik vorige week een documentaire zag over kinderarbeid op Turkse katoenplantages. Dat er kinderarbeid plaatsvindt in de kledingindustrie is helaas geen nieuws, maar ik wist niet dat het zo dichtbij gebeurt. Terwijl mijn kinderen hun schoen zetten werken veel Turkse kinderen 12 tot 14 uur per dag op het land om katoen te oogsten. En het katoenspoor dat de documentaire volgde eindigde in een fabriek waar (namaak) producten van Esprit werden gemaakt. Oeps! Toch maar zoeken naar een ander cadeau...

In steeds meer branches dringt het besef door dat dat een omslag naar duurzaam en verantwoord produceren nodig is. Maar het duurt lang voordat het kwartje valt. Bestuurders zoeken eindeloos naar oplossingen voor maatschappelijke problemen, en komen dan alsnog met vrij traditionele maatregelen. Maar om de keten te veranderen zijn echt nieuwe ideeën nodig. Waar halen we die vandaan?

Goede inspiratie komt in dit geval van dichtbij: onze kinderen. Steeds meer organisaties proberen kinderen te motiveren om in actie te komen. De stichting go for youth bijvoorbeeld, waarbinnen ik zelf ook actief ben. Wanneer je kinderen in aanraking brengt met de leefwereld van hun leeftijdsgenoten in minder bevoorrechte landen – bijvoorbeeld de Turkse katoenplukkers – komen ze zelf vaak met talloze ideeën over hoe ze kunnen helpen. Daarmee geven de kinderen een heel nieuwe invulling aan ontwikkelingshulp.

Dat kinderen vol inspiratie zitten weten commerciële bedrijven al jaren. Het bedrijfsleven geeft niet voor niets miljoenen uit aan onderzoek naar kindermarketing. Tot dusver worden ideeën van kinderen echter vooral ingeschakeld om producten te verkopen of rages te organiseren. De door prinses Laurentien opgerichte stichting Missing Chapter Foundation gaat een stap verder. De stichting brengt kinderen en beslissers uit het bedrijfsleven samen, waarbij kinderen mee kunnen denken over de maatschappelijke vraagstukken van bedrijven. Doordat kinderen daarbij vanuit een bijzondere invalshoek meedenken, levert dat de bedrijven allerlei verfrissende inzichten op.

Mijn suggestie voor de Missing Chapter Foundation zou zijn: daag Esprit uit om samen met Nederlandse kinderen de productieketen van katoen in kaart te brengen. De kinderen hebben vast allerlei ideeën over hoe de Turkse kinderen geholpen kunnen worden om toch naar school te gaan. Ik meld mijn dochter vast aan voor de brainstormsessie. Misschien maakt ze dan zelf de aanschaf van haar mooie roze gymtas mogelijk...


woensdag 24 oktober 2012

Held of Kneus?


Gepubliceerd in het Nederlands Dagblad op 24 oktober 2012

“Ik vind het een loffelijke taak om een man met een minimuminkomen een menswaardige woning te geven. Maar niet als het ten koste gaat van andere mensen. Niet als belastingen erdoor verhoogd worden”. Is dit een citaat uit een interview met Mark Rutte of een quote van de Republikeinse presidentskandidaat Mitt Romney? Het antwoord: geen van beide – of allebei. Het is een zin uit een van de klassiekers van schrijfster Ayn Rand, die beide politici sterk beïnvloedt.

Het is toeval dat ik een week of zes geleden The Fountainhead opsloeg, het boek waarmee Ayn Rand in ’43 doorbrak in Amerika. In de weken die het me kostte om de 750 gortdroge pagina’s van het boek door te akkeren, laaide de verkiezingskoorts in de VS op – en begonnen de overeenkomsten tussen de opmerkingen van Mitt Romney en die van Rands helden me op te vallen. Wat googlen leerde me al snel dat Rand een van de motors achter het republikeinse gedachtengoed is. Ze is een icoon van de Tea Party, die spandoeken gebruikt met leuzen als ‘Rand was Right’. Maar de invloed van Ayn Rand reikt verder. Na de Bijbel is haar tweede grote roman, het 1100 pagina’s tellende Atlas Shrugged (1957) het meest gelezen boek in de Verenigde Staten. Die twee boeken vormen overigens een bijzonder stel: waar de Bijbel naastenliefde predikt, is egoïsme de hoogste deugd in de wereld van Ayn Rand. De Republikeinse partij heeft een merkwaardige mix van die twee gemaakt. Conservatief christendom gaat daarbij samen met het egoïstische kapitalisme van Rand, waarin het eigen kunnen centraal staat en naastenliefde een taboe is.

Volgens Ayn Rand bestaan er maar twee soorten mensen: makers (helden) en takers (kneuzen). De helden zijn steeds bijzonder getalenteerd, gedisciplineerd en ongenaakbaar. Het zijn vernieuwers en ondernemers. De kneuzen noemt Rand 'tweedehands mensen'. Zij hebben geen oorspronkelijke ideeën maar lopen de publieke opinie achterna. Zij zijn de 'stem van het volk'.

Mitt Romney maakt graag gebruik van dit onderscheid tussen makers en takers. In zijn carrière als harde saneerder in het bedrijfsleven deelde hij werknemers in die twee groepen in, en bepaalde zo wie ontslagen moest worden en wie mocht blijven. Ook in de campagne zet Romney Rands filosofie in. Zei zei hij onlangs dat hij verwacht dat 47% van de Amerikanen op Obama zal stemmen omdat ze afhankelijk zijn van de overheid voor hun levensonderhoud. Wie zijn voorliefde voor Rand kent, ziet de dubbele bodem. Romney bedoelde: wie op Obama stemt is een taker, een kneus. Maar wie een maker is stemt op mij.

Amerikanen groeien op met de ideeen van Ayn Rand zoals wij opgroeien met Annie M.G. Schmidt. Haar boeken worden gratis uitgedeeld op high schools. Romneys tactiek kan daardoor een groot effect hebben. Of de Amerikanen het zelf doorhebben of niet, ze zullen in het stemhokje antwoord geven op de vraag: ben ik een kneus of een held?


vrijdag 28 september 2012

Nu samen vooruit!


Gepubliceerd in het Nederlands Dagblad op 26 september 2012
Ik voorspel dat het komend regeerakkoord het motto 'Nu samen vooruit' meekrijgt. Dat klinkt lekker actief en het vat bovendien de verkiezingsslogans van afgelopen zomer goed samen. Alle partijen van links tot rechts predikten immers economische groei. Nederland moet beter worden, sterker, socialer. We willen verandering, en dat willen we nu. Vandaag nog. Want... ja, waarom eigenlijk?

Natuurlijk is Nederland geen roze wolk. De juf op school heeft het een stuk drukker gekregen, met zo'n volle klas. Voor ouderen en chronisch zieken is het organiseren van zorg zeker geen peulenschil. Twintigers vinden moeilijk een baan, dertigers kunnen geen hypotheek meer krijgen. Er hebben best veel kinderen obesitas en bijna niemand gebruikt zonne-energie. In de campagne wezen partijen naar Duitsland: het land waar alles beter is.

Maar hé, dat is maar een kant van de medaille. De juf vindt nog de tijd om mijn oudste dochter plustaken te geven. En als mijn jongste dochter ziek is, heeft ze binnen een paar uur professionele zorg om haar bedje staan. Dat is best bijzonder: in een groot deel van de wereld zou dat niet zo soepel gaan. Zelfs onze buur België heeft veel dingen niet zo goed geregeld. Hoe komt het dat we ons daar niet mee vergelijken, maar dat we allemaal naar Duitsland kijken?

Volgens de filosoof Alain de Botton ontlenen we ons zelfbeeld voor een groot deel aan onze positie op de maatschappelijke ladder. Ons vergelijkingsmateriaal heeft daarbij liefst ongeveer evenveel kansen en talenten: de Duitsers dus. Als zij betere (economische) resultaten boeken dan wij, dan steekt dat. Nederland voelt zich falen. En volgens de Botton komt uit falen vernedering voort. Dat is het knagende besef dat we niet in staat zijn geweest de wereld te laten zien wat we waard zijn. Alain de Botton noemt dat statusangst.

Om die statusangst te vermijden hebben politici de afgelopen jaren geprobeerd Nederland uit het slop te trekken. Ruttes mantra daarvoor was 'Vrijheid en Verantwoordelijkheid'. Onder Balkenende moest het motto 'Samen werken, samen leven' soelaas bieden. Maar die saamhorigheid heeft de economie net zo min doen kenteren als Ruttes eigen verantwoordelijkheid. Ik denk dat het komende kabinet het nog een keer gaat proberen, met 'samen vooruit'. Maar als ook dat niet lukt ziet Alain de Botton de toekomst somber voor ons in: voortaan zijn we dan gedoemd succesvollere landen met verbittering te bezien en onszelf met schaamte.

Gelukkig is er een oplossing voor statusangst. Zodra we onder ogen zien wat we nastreven kunnen we besluiten dat niet meer te doen. We hoeven onze tijd, geld en energie niet te verspillen om te bewijzen wat niet bewezen hoeft te worden. Nederland hoeft niet alle ranglijsten aan te voeren, en op alle vlakken het beste land van de wereld te zijn. We kunnen ons ook gewoon vergelijken met België. Het vormen van een kabinet kunnen we bijvoorbeeld vast een stuk sneller.