Posts tonen met het label kinderen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kinderen. Alle posts tonen

donderdag 29 augustus 2013

Soort bij soort

Dit artikel is op 28 augustus 2013 verschenen in het Nederlands Dagblad.

Dit voorjaar liep mijn dochter voor het eerst de jeugdavondvierdaagse. Ik stond langs de kant, er trokken tientallen scholen in defilé voorbij. Of het nu lag aan de liedjes en leuzen die werden gezongen, of aan de kleding van de kinderen, of aan het aantal ouders dat tijdens het meelopen een sigaretje opstak – ik begreep ineens het spreekwoord 'soort zoekt soort'. Ik zag arbeidersscholen, zwarte scholen, yuppenscholen en janmodaalscholen – maar nergens een lekker goed geintegreerde mix.
 
Soort mag weer bij soort. De vorige minister van onderwijs, Marja van Bijsterveld, maakte daar al geen geheim van. 'Zwarte scholen zijn een feit,' zei ze al in 2011. 'Het gaat om de kwaliteit van het onderwijs. Of een school dan wit of zwart is, is minder belangrijk.' 

Daar heeft ze wel gelijk in. Segregatie met mate is geen ramp – en het is bovendien niet te voorkomen. Want ouders kiezen voor een school waarbij ze zichzelf herkennen in het publiek, zo bleek uit onderzoek van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling. Zien hoogopgeleide ouders teveel mensen in een joggingbroek op het schoolplein staan, dan fietsen ze een schooltje verder. Arbeidersgezinnen en allochtone families bleken precies hetzelfde te doen. Kortom: enige segregatie kiezen we zelf. Toch is die segregatie wel gevaarlijk, waarschuwde de socioloog Michael Young al in 1958. Hij was bang voor een samenleving waarin kinderen van hoger en lager opgeleiden volstrekt gescheiden opgroeien. Volgens Young kan dat alleen maar leiden tot opstand en onrust.

Segregatie stimuleren is dus allerminst verstandig. En toch is dat precies wat Sander Dekker, de huidige staatssecretaris, doet. Hij gebruikt daarvoor twee voorstellen. Allereerst moedigt hij de komst aan van ICT-scholen en 'excellente' scholen. Daarnaast wil hij tweetalig onderwijs op basisscholen bevorderen. En dan doelt hij niet op Marokkaans-Nederlands of Farsi-Nederlands. Nee: Dekker pleit voor een grootschalige invoering van het Engels, vanaf de onderbouw.

Ik denk dat de staatssecretaris niet zo vaak bij een arbeidersschool is langsgeweest, laat staan bij een zwarte school. Want na één bezoek had hij de keerzijde van zijn plan ingezien. De kleuters die hier in groep 1 instromen beheersen het Nederlands maar matig. Deze scholen zullen dus hun handen vol hebben aan het ondersteunen van de leerlingen die een achterstand in het Nederlands moeten wegwerken. De kwaliteit van het onderwijs, waar van Bijsterveld in 2011 nog zo op hamerde, wordt nu door Dekkers plannen juist ongelijk verdeeld. De extra's – zoals ICT, 'excellentie' en Engels – worden voorbehouden aan de elite-scholen.

Welke scholen dat zijn, dat was afgelopen lente tijdens deze avondvierdaagse al scherp zichtbaar. Maar als Dekker zijn zin krijgt is dat over tien jaar nog versterkt. Dan kent de helft van de leerlingen het spreekwoord 'soort zoekt soort' niet eens, terwijl de andere helft liedjes zingt over 'Birds of a feather flock together'.
 
 
 

donderdag 28 maart 2013

De jeugd van later

Dit artikel is ook gepubliceerd in het Nederlands Dagblad van 27 maart 2013

Eerst kwam ik een stampvoetende peuter tegen die tegen mij, een voor haar volslagen onbekende, schreeuwde: “Ik. Wil. Dat. Jij. NU!!! Met. MIJ!! Een. Spelletje. Doet!!” Hoewel ik als moeder van twee dochters wel wat gedrein gewend ben, kon ik bij het zien van deze boze peuter alleen maar denken: waar gaat dat heen? Wordt dit de jeugd van later?

Vervolgens las ik een verontrustend interview met de voormalig voorzitter van de Eurogroep Jean-Claude Juncker in het Duitse tijdschrift Der Spiegel. Juncker zei daarin dat de huidige situatie in Europa erg vergelijkbaar is met de periode na de Eerste Wereldoorlog. Allerlei anti-sentimenten steken de kop op. Duitsers hebben een afkeer van Grieken en omgekeerd. Turkse jongeren spreken zich openlijk uit tegen Joden, het diskwalificeren van hele bevolkingsgroepen (immigranten, ouderen) begint gemeengoed te worden.

Dat is niet zo vreemd. In risicovolle, spannende tijden gaan mensen op zoek naar houvast. Dat vinden we in het uitvergroten van verschillen tussen onze eigen groep en de anderen, wij en zij. Juncker verbond daar een aantal gewaagde consequenties aan: die houding holt volgens hem de democratie uit, en leidt uiteindelijk tot oorlog. Oftewel: hoe harder we stampvoetend ikke, ikke, ikke roepen, hoe onveiliger Europa wordt en hoe dichter we een oorlog naderen. 

Ik moest weer even terugdenken aan deze twee situaties terwijl ik afgelopen week het boek opensloeg van de Amerikaanse psychiater Rudolf Dreikurs. Hij publiceerde in 1964 zijn principes voor de opvoeding, die een alternatief moesten vormen voor lijfstraffen: 'met een zweepje achter uw kind aanlopen heeft geen zin, moeder!' Ik vind vooral het opvoeddoel van Dreikurs interessant. Hij streeft niet naar succesvolle of beleefde kinderen, of naar mensen zelfverzekerd zijn en hun talenten kennen. Het doel van Dreikurs' opvoedmethode is 'het jonge mensje op te voeden tot deelnemer aan een democratische maatschappij, waarin mensen elkaar achten, met elkaar samenwerken, verantwoordelijkheid voor het grotere geheel willen dragen en meer in 'wij' dan in 'ik' begrippen denken, op basis van een gezond gevoel van eigenwaarde.'

Dit uitgangspunt maakt Dreikurs' opvoedprincipes bijna tot een politiek manifest. Onze democratie staat of valt met het resultaat van de opvoeding van onze kinderen. Juncker zou misschien zelfs zeggen: een goede opvoeding voorkomt een oorlog. Dat stelt de ouders van nu voor een forse taak, waar ze alle (pedagogische) ondersteuning bij nodig zullen hebben van grootouders, leerkrachten en buren. Laten we daarom ophouden met bakkeleien over de CITO-toets, en ons richten op de kinderen zelf, de jeugd van later. Dat is – zeker binnen kerkelijke gemeenten – een taak van alle generaties. Er staat een oorlog op het spel.



donderdag 29 november 2012

Vol verwachting

Verschenen in het Nederlands Dagblad op 28 november 2012

Deze tijd voor Sinterklaas is de spannendste tijd van het jaar voor mijn dochter. Ze is al weken bezig met haar verlanglijstje. Die bevat naast ontstellend dure cadeaus gelukkig ook wat simpele verlangens. Zoals een pen, en een roze gymtas van Esprit.

Dat een gymtas nog niet zo'n simpel cadeau is, ontdekte ik toen ik vorige week een documentaire zag over kinderarbeid op Turkse katoenplantages. Dat er kinderarbeid plaatsvindt in de kledingindustrie is helaas geen nieuws, maar ik wist niet dat het zo dichtbij gebeurt. Terwijl mijn kinderen hun schoen zetten werken veel Turkse kinderen 12 tot 14 uur per dag op het land om katoen te oogsten. En het katoenspoor dat de documentaire volgde eindigde in een fabriek waar (namaak) producten van Esprit werden gemaakt. Oeps! Toch maar zoeken naar een ander cadeau...

In steeds meer branches dringt het besef door dat dat een omslag naar duurzaam en verantwoord produceren nodig is. Maar het duurt lang voordat het kwartje valt. Bestuurders zoeken eindeloos naar oplossingen voor maatschappelijke problemen, en komen dan alsnog met vrij traditionele maatregelen. Maar om de keten te veranderen zijn echt nieuwe ideeën nodig. Waar halen we die vandaan?

Goede inspiratie komt in dit geval van dichtbij: onze kinderen. Steeds meer organisaties proberen kinderen te motiveren om in actie te komen. De stichting go for youth bijvoorbeeld, waarbinnen ik zelf ook actief ben. Wanneer je kinderen in aanraking brengt met de leefwereld van hun leeftijdsgenoten in minder bevoorrechte landen – bijvoorbeeld de Turkse katoenplukkers – komen ze zelf vaak met talloze ideeën over hoe ze kunnen helpen. Daarmee geven de kinderen een heel nieuwe invulling aan ontwikkelingshulp.

Dat kinderen vol inspiratie zitten weten commerciële bedrijven al jaren. Het bedrijfsleven geeft niet voor niets miljoenen uit aan onderzoek naar kindermarketing. Tot dusver worden ideeën van kinderen echter vooral ingeschakeld om producten te verkopen of rages te organiseren. De door prinses Laurentien opgerichte stichting Missing Chapter Foundation gaat een stap verder. De stichting brengt kinderen en beslissers uit het bedrijfsleven samen, waarbij kinderen mee kunnen denken over de maatschappelijke vraagstukken van bedrijven. Doordat kinderen daarbij vanuit een bijzondere invalshoek meedenken, levert dat de bedrijven allerlei verfrissende inzichten op.

Mijn suggestie voor de Missing Chapter Foundation zou zijn: daag Esprit uit om samen met Nederlandse kinderen de productieketen van katoen in kaart te brengen. De kinderen hebben vast allerlei ideeën over hoe de Turkse kinderen geholpen kunnen worden om toch naar school te gaan. Ik meld mijn dochter vast aan voor de brainstormsessie. Misschien maakt ze dan zelf de aanschaf van haar mooie roze gymtas mogelijk...